NIC Global Trends 2025 (2008): A Transformed World

0
34

Bbron: National Intelligence Council, Global Trends 2025: A Transformed World (NIC 2008-003), november 2008. De vierde editie in de reeks.

De kern

Gepubliceerd vlak vóór het uitbreken van de wereldwijde financiële crisis van 2009, voorspelde deze editie dat de naoorlogse internationale orde tegen 2025 vrijwel onherkenbaar zou zijn geworden. De drijvende krachten: de opkomst van nieuwe machten, een globaliserende economie, een historische verschuiving van welvaart en economische macht van West naar Oost, en de groeiende invloed van niet-statelijke actoren. Het rapport voorspelde dat China tegen 2025 de op één na grootste economie ter wereld zou zijn en een leidende militaire macht, en dat de gezamenlijke economieën van Brazilië, Rusland, India en China (de BRIC-landen) tegen 2040-2050 het aandeel van de oorspronkelijke G7 in het mondiale bbp zouden evenaren. Ook voorzag het rapport een geleidelijk verlies van dominantie van de Amerikaanse dollar, tot een positie als eerste onder gelijken tussen wereldvaluta’s.

Belangrijkste trends en verschuivingen

Het rapport identificeert een reeks structurele verschuivingen die de internationale orde tegen 2025 zouden hertekenen. De belangrijkste:

Verschuiving van welvaart en macht van West naar Oost — “in omvang, snelheid en richting zonder precedent in de moderne geschiedenis”, aldus het rapport. Twee bronnen voedden deze verschuiving: de hoge olie- en grondstoffenprijzen die de Golfstaten en Rusland verrijkten, en de verplaatsing van productie en diensten naar Azië door lagere kosten en gericht overheidsbeleid. Het rapport voorzag dat de VS, China, India, Japan, Duitsland, het VK, Frankrijk en Rusland in 2025 de acht grootste economieën zouden vormen.

China en India als zwaargewichten — “Weinig landen zijn zo goed gepositioneerd om de wereld de komende 15-20 jaar te beïnvloeden als China,” aldus het rapport. China zou tegen 2025 de op één na grootste economie ter wereld zijn, een leidende militaire macht en mogelijk de grootste importeur van grondstoffen. Het rapport waarschuwde echter ook nadrukkelijk voor een mogelijke groeivertraging door inkomensongelijkheid, corruptie en milieuschade — een “perfecte storm” als meerdere problemen tegelijk zouden toeslaan. India zou blijven streven naar een multipolaire wereld met Delhi als een van de polen, met een sterke democratische traditie maar een politiek landschap dat “gefragmenteerder en grilliger” zou worden.

“Staatskapitalisme” als alternatief ontwikkelingsmodel — China, Rusland en de Golfstaten kozen niet voor het westerse liberale model, maar voor een systeem waarin de staat een prominente rol speelt: exportgerichte economieën met actieve valutasturing, staatsinvesteringsfondsen en een opleving van staatsbedrijven. Het rapport voorzag dat de vermogens van staatsinvesteringsfondsen zouden groeien tot 12-15 biljoen dollar binnen een decennium — destijds goed voor zo’n 20% van alle mondiale marktkapitalisatie.

Groeiende middenklasse, aanhoudende armoede — tussen 1999 en 2004 ontsnapten 135 miljoen mensen aan extreme armoede. De wereldwijde middenklasse zou groeien van 440 miljoen naar 1,2 miljard mensen, vooral in China en India. Tegelijk zou de arme meerderheid van de wereldbevolking (destijds 63%) relatief armer worden.

Demografische transformatie — de wereldbevolking zou groeien van 6,8 naar circa 8 miljard in 2025, met bijna alle groei in Azië en Afrika. Vergrijzing zou vooral het Westen en Japan raken: tegen 2025 zou Japan één 65-plusser op elke twee werkenden tellen. Tegelijk zouden landen als Afghanistan, Nigeria, Pakistan en Jemen op een “boog van instabiliteit” hun jeugdbulten behouden.

Toenemende druk op energie, voedsel en water — 1,2 miljard extra mensen tegen 2025 zouden de druk op hulpbronnen verder opvoeren. De Wereldbank voorspelde 50% meer vraag naar voedsel tegen 2030; het aantal landen met chronische water- en akkerlandschaarste zou stijgen van 21 (600 miljoen mensen) naar 36 (1,4 miljard mensen). Het rapport noemde een energietransitie weg van olie “onvermijdelijk” — de vraag was alleen wanneer en hoe abrupt.

Macht verschuift naar niet-statelijke actoren — de relatieve invloed van bedrijven, religieuze organisaties en zelfs criminele netwerken zou toenemen. Het rapport waarschuwde zelfs dat “verschillende landen ‘overgenomen’ zouden kunnen worden en gerund door criminele netwerken” en dat in delen van Afrika en Zuid-Azië staten zoals we die kennen zouden kunnen “wegkwijnen”.

Terrorisme en proliferatierisico’s — terrorisme zou niet verdwijnen tegen 2025, maar de aantrekkingskracht ervan zou kunnen afnemen bij aanhoudende economische groei en minder jeugdwerkloosheid. Het risico op gebruik van kernwapens in de komende twintig jaar werd “zeer laag” genoemd, maar wel groter dan op het moment van schrijven — met zorgen over een mogelijke wapenwedloop in het Midden-Oosten als reactie op Iran.

De financiële crisis van 2008 als versneller — het rapport werd geschreven tijdens het uitbreken van de crisis en constateerde dat deze de mondiale herverdeling van macht versnelde. “De grootste verandering — niet voorzien vóór de crisis — is de toename van staatsmacht,” aldus het rapport, dat ook voorzag dat de dollar zijn status als ongeëvenaarde reservevaluta zou kunnen verliezen.

De vier scenario’s

Voor de constructie van de scenario’s richtte de NIC zich op twee kernonzekerheden: de relatieve invloed van staten versus niet-statelijke actoren, en de mate van mondiale samenwerking versus competitie. “In sommige scenario’s zijn staten dominanter en sturen ze de mondiale dynamiek; in andere spelen niet-statelijke actoren — religieuze bewegingen, ngo’s en ‘super-empowered individuals’ — een grotere rol,” aldus het rapport. Elk scenario is geschreven als een fictief document — een brief, dagboek of nieuwsartikel — vanuit het jaar 2025, een vertelvorm die de scenario’s tastbaarder en gedenkwaardiger moest maken dan een droge analyse. De totstandkoming verliep via regionale workshops (onder meer in Peking en Stockholm), input van Peter Schwartz — medeoprichter van het invloedrijke Global Business Network en een van de grondleggers van moderne scenariomethodiek — en het International Futures-simulatiemodel van hoogleraar Barry Hughes, dat de nationale-machtsindices onderbouwde die in het rapport worden gebruikt. Volgens de NIC is “geen van deze scenario’s onvermijdelijk of zelfs maar waarschijnlijk”, maar functioneren ze als potentiële game changers.

A World Without the West — verteld als een fictieve brief van een toekomstig hoofd van de Shanghai Cooperation Organisation (SCO). In dit scenario voelen de VS zich overbelast en trekken zich terug uit Centraal-Azië, inclusief Afghanistan, terwijl Europa niet bereid is die rol over te nemen. Rusland, China en anderen moeten zelf omgaan met de dreigende instabiliteit in de regio. De SCO wint aan gezag terwijl de NAVO aan status verliest; anti-Chinees sentiment in de VS en Europa leidt tot protectionistische handelsbarrières. Rusland en China sluiten een “huwelijk uit berekening”, met India en Iran die zich om hen heen scharen. Het ontbreken van een stabiel machtsblok — westers of niet-westers — vergroot de instabiliteit en bedreigt de globalisering zelf.

October Surprise — dit scenario illustreert de gevolgen van onvoldoende aandacht voor klimaatverandering. Het rapport erkent expliciet dat wetenschappers onzeker zijn of een “kantelpunt” al is bereikt en dat de meesten dit pas ná de feiten zullen weten. Het scenario is geschreven als een dagboekfragment van een Amerikaanse president op 1 oktober 2020: “De term ‘October Surprise’ blijft door mijn hoofd spoken (…) sommige beelden leken op de journaals uit de Tweede Wereldoorlog, alleen was het nu niet Europa maar Manhattan.” New York wordt getroffen door een orkaan die gelinkt wordt aan klimaatverandering; de beurs van New York raakt zwaar beschadigd, middenin de VN-Algemene Vergadering, waardoor wereldleiders zich gedwongen zien drastische maatregelen te overwegen, zoals de verplaatsing van delen van kuststeden.

BRICs’ Bust-Up — in dit scenario breekt een conflict uit tussen China en India om toegang tot vitale hulpbronnen. Chinese achterdocht over pogingen van andere landen om de energievoorziening van Peking te bedreigen, gecombineerd met misperceptie en miscalculatie, doet het conflict escaleren, tot buitenstaanders ingrijpen voordat het uitgroeit tot een wereldwijde confrontatie. Het scenario benadrukt dat conflict in een multipolaire wereld net zo goed kan ontstaan tussen opkomende mogendheden onderling als tussen oude en nieuwe machten.

Politics Is Not Always Local — verteld als een artikel van een fictieve Financial Times-journalist. Diverse niet-statelijke netwerken — ngo’s, religieuze groeperingen, bedrijfsleiders en lokale activisten — bundelen hun krachten om de internationale agenda op milieugebied te bepalen en gebruiken hun invloed om de secretaris-generaal van de VN te helpen kiezen. Deze mondiale coalitie van niet-statelijke actoren speelt een cruciale rol bij het tot stand brengen van een nieuw wereldwijd klimaatakkoord. In deze nieuw verbonden wereld van digitale communicatie, groeiende middenklassen en grensoverschrijdende belangengroepen zijn binnenlandse en internationale agenda’s steeds moeilijker te scheiden.

De NIC benadrukte destijds expliciet dat geen van deze scenario’s een voorspelling was, maar mogelijke game changers om beleidsmakers te helpen nadenken over uiteenlopende toekomsten.

Zekerheden die uitkwamen

Het rapport onderscheidde expliciet “relatieve zekerheden” van “kernonzekerheden” — een methodiek die we decennia later nog terugzien in foresight-rapporten. Met de kennis van nu blijkt een flink deel van die zekerheden overeind te zijn gebleven:

De opkomst van een multipolaire wereldorde — de voorspelling dat “een enkele ‘internationale gemeenschap’ van natiestaten niet langer zal bestaan” is grotendeels uitgekomen: China en India zijn onmiskenbaar zwaargewichten geworden, en niet-statelijke actoren (van Big Tech tot gewapende milities) spelen een grotere rol dan ooit.

De verschuiving van welvaart van West naar Oost — deze zet door: China is ’s werelds tweede economie geworden (in sommige metingen de grootste), en de economische output van Azië is sindsdien fors gegroeid ten opzichte van de VS en Europa.

De VS blijft de machtigste, maar minder dominante speler — ook dit klopt: Washington is nog altijd de invloedrijkste mogendheid, maar moet nadrukkelijker rekening houden met China, regionale machtsblokken en niet-statelijke actoren dan in 2008.

Aanhoudend conflictpotentieel in het Midden-Oosten — de Arabische Lente (2011), de opkomst en val van IS, de burgeroorlog in Syrië en de escalatie rond Gaza sinds 2023 bevestigen de destijds voorziene instabiliteit, al verliep die anders dan voorzien.

Terrorisme verdween niet, maar veranderde van vorm — precies zoals voorzien nam de directe dreiging van al-Qaida-achtige netwerken af naarmate de aandacht verschoof, maar nieuwe netwerken zoals IS namen die rol over.

Zekerheden die toch onzeker bleken

Een aantal zaken die het rapport als (bijna) zeker beschreef, liep uiteindelijk anders. Dat is geen falen: de NIC benadrukte destijds al expliciet dat het rapport “meer een beschrijving is van de factoren die gebeurtenissen waarschijnlijk zullen vormgeven, dan een voorspelling van wat daadwerkelijk zal gebeuren.” Juist déze afwijkingen zijn interessant voor toekomstverkenners:

De dollar verloor zijn dominantie niet — het rapport voorzag dat de dollar tegen 2025 zijn ongeëvenaarde status als reservevaluta zou kunnen verliezen en “eerste onder gelijken” zou worden tussen een mandje valuta’s. Ondanks aanhoudende dedollarisatie-retoriek van de BRICS-landen blijft de dollar in 2026 verreweg de dominante reservevaluta.

De energietransitie verliep anders dan voorzien — het rapport ging uit van een geleidelijke verschuiving van olie naar aardgas en steenkool, met een adoptietijd van gemiddeld 25 jaar voor nieuwe energietechnologie. Wat het niet voorzag: de Amerikaanse schalie-revolutie, die de VS binnen tien jaar van energie-importeur tot -exporteur maakte, én de razendsnelle kostendaling van zonne- en batterijtechnologie, die zonne-energie in veel landen goedkoper maakte dan fossiele brandstoffen — sneller dan de destijds voorspelde “adoptielag”.

Democratisering van China en Rusland bleef uit — het rapport plaatste dit expliciet als onzekerheid, niet als zekerheid, maar de veronderstelling dat economische groei op termijn tot politieke liberalisering zou leiden, is niet uitgekomen: beide landen centraliseerden juist verder onder respectievelijk Xi Jinping en Vladimir Poetin.

India’s politiek fragmenteerde niet, maar centraliseerde — het rapport voorzag een “gefragmenteerder en grilliger” Indiaas politiek landschap. In de praktijk consolideerde de BJP onder Narendra Modi juist een dominante machtspositie.

Grote gebeurtenissen die niemand voorzag — de coronapandemie (2020), de Russische annexatie van de Krim (2014) en de volledige invasie van Oekraïne (2022), en de doorbraak van generatieve AI zijn stuk voor stuk niet in dit rapport terug te vinden — een herinnering dat langetermijnverkenningen per definitie blinde vlekken hebben voor discontinuïteiten die nog moeten plaatsvinden.

Technologische verwachtingen: toen en nu

Het rapport besteedde relatief beperkt aandacht aan specifieke technologiedoorbraken, maar wel aan het vermogen van landen om technologie te ontwikkelen en te commercialiseren. Op basis van een NIC-enquête onder wetenschappelijke experts concludeerde het rapport dat de VS destijds een sterker “National Innovation System” had dan China en India, gemeten via negen factoren — van kapitaalflexibiliteit tot intellectueel-eigendomsbescherming. Het voorzag dat China en India binnen tien jaar (dus rond 2018) op twee vlakken bijna gelijk zouden komen met de VS: India op wetenschappelijk en menselijk kapitaal, China op overheidsbereidheid om innovatie te steunen — een voorspelling die met de opkomst van Chinese technologiereuzen als Huawei, DJI en BYD grotendeels is uitgekomen.

Op energiegebied verwachtte het rapport dat zon- en windenergie en batterijtechnologie de “grootste kans op een relatief snelle en goedkope transitie” zouden bieden — een van de weinige technologievoorspellingen die achteraf eerder te voorzichtig dan te optimistisch bleek: de kostendaling van zonnepanelen en batterijen ging sneller dan het rapport voor mogelijk hield.

Wat volledig ontbreekt, is precies wat vandaag het technologiedebat domineert: generatieve AI en large language models bestonden simpelweg nog niet als categorie in 2008 (de doorbraaktechnieken achter systemen als ChatGPT dateren van na 2017), en ook CRISPR-gentechnologie moest nog worden ontdekt (2012). Een treffende illustratie van hoe snel technologische discontinuïteiten zelfs de meest zorgvuldige langetermijnverkenning kunnen inhalen.

Interessante observaties voor toekomstverkenners:

Deze editie bevat, in October Surprise, een van de eerste keren dat klimaatverandering als scenario-onderwerp in de Global Trends-reeks opduikt, een thema dat in 2021 (Global Trends 2040) een veel centralere plek zou krijgen. Bij het vergelijken van de vier scenario’s van deze editie met die van de voorganger uit 2004 (Davos World, Pax Americana, A New Caliphate, Cycle of Fear): valt op dat de dreiging verschuift van terrorisme naar economische machtsverschuiving en klimaat. En de rol van niet-statelijke actoren wordt steeds prominenter.

Wat leert de methode ons vandaag nog? Het rapport bevat een zelfkritische kanttekening getiteld “Long-Range Projections: A Cautionary Tale”, met drie lessen die nog altijd relevant zijn voor foresight-professionals: (1) leiders en hun ideeën zijn het lastigst te voorspellen element; (2) economische volatiliteit is een structurele risicofactor die discontinuïteiten kan versnellen; en (3) geopolitieke rivaliteit veroorzaakt vaker historische breukmomenten dan technologische verandering — een nuance die in een tijd van AI-hype gemakkelijk wordt vergeten.

De expliciete scheiding tussen “relatieve zekerheden” en “kernonzekerheden” is een methodiek die decennia later nog steeds opduikt in foresight-rapporten — zo hanteert het Rathenau Instituut in zijn recente verkenning naar geopolitiek wetenschapsbeleid een vergelijkbare structuur.

Qua tijdgeest is dit rapport een tijdscapsule van de late Bush-jaren: geschreven vlak vóór het aantreden van Obama, middenin de eerste schokgolven van de kredietcrisis, weerspiegelt het de beginnende Amerikaanse onzekerheid over relatief machtsverlies en de zoektocht naar een verklaringsmodel voor de opkomst van “staatskapitalisme” als concurrent voor het westerse liberale model. Dat klimaatverandering hier voor het eerst als veiligheidsscenario opduikt (in October Surprise) is exemplarisch voor hoe onderwerpen die eerst als “milieuprobleem” werden gezien, geleidelijk het domein van geopolitiek en veiligheid binnendringen — een verschuiving die in latere edities (Global Trends 2040 uit 2021) alleen maar sterker doorzet.

Bronnen:

ETH Zürich (volledige PDF): https://www.files.ethz.ch/isn/94769/2008_11_global_trends_2025.pdf

National Security Archive: https://nsarchive.gwu.edu/document/33172-document-6-national-intelligence-council-report-global-trends-2025-transformed-world

Atlantic Council (samenvatting en context): https://www.atlanticcouncil.org/in-depth-research-reports/report/global-trends-2025-a-transformed-world/

Resilience.org (uitgebreide excerpts, inclusief volledige “October Surprise”-scenariotekst): https://www.resilience.org/stories/2008-11-23/global-trends-2025-transformed-world-excerpts/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in