Strategic foresight bij de EESC: waarom de EU vier verschillende manieren heeft om vooruit te kijken

0
10

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) presenteert op zijn website een korte, maar dichte uitleg van wat het zelf onder “strategic foresight” verstaat. Geen rapport dus, maar een methodebeschrijving: hoe kijkt dit EU-adviesorgaan naar de toekomst, en hoe past dat in de bredere Europese architectuur van vooruitkijken, naast de Europese Commissie, ESPAS en het Europees Parlement? Voor de database is dat een interessante uitzondering op de gebruikelijke rapportanalyses: hier ontleden we niet één toekomstverkenning, maar de manier waarop een hele instelling zich structureel tot de discipline verhoudt.

Bron is de pagina “Strategic foresight at the EESC” op eesc.europa.eu (node/129796). Een belangrijke kanttekening vooraf: deze pagina bestaat inhoudelijk alleen in het Engels en Frans. De Nederlandstalige URL (eesc.europa.eu/nl/node/129796) toont wel de Nederlandse sitenavigatie, maar de hoofdtekst zelf is niet vertaald en verschijnt in het Engels. Waar dit artikel dus “de EESC-pagina” citeert, gaat het om de Engelstalige bron.

Methode: wat is strategic foresight volgens het EESC

Het EESC omschrijft strategic foresight als “a future-focused discipline that aims to anticipate and address emerging challenges and opportunities”. Het gaat om het analyseren van langetermijntrends, het identificeren van drijvende krachten van verandering en het verkennen van mogelijke disrupties op maatschappelijk, economisch, politiek, ecologisch en technologisch vlak. Het EESC benadrukt expliciet het onderscheid met traditionele forecasting: foresight voorspelt geen “single future”, maar helpt te begrijpen wat er verandert en verschillende alternatieve toekomsten te verkennen, zodat beslissingen van vandaag rekening houden met langetermijneffecten.

De EESC-pagina zelf somt geen specifieke methodenlijst op zoals horizon scanning, scenarioplanning of Delphi-panels. Die concrete toolkit staat wel uitgewerkt op de foresightpagina van de Europese Commissie, waar het EESC via ESPAS nauw mee samenwerkt. Drie technieken worden daar met naam genoemd, en ze zijn illustratief voor wat er ook achter EESC-oefeningen schuilgaat:

  • Horizon scanning: een gestructureerde aanpak om vroegtijdig opkomende “game changers” op te sporen en te analyseren, en vroege signalen te prioriteren voor besluitvorming of nader onderzoek.
  • Megatrends-analyse: het in kaart brengen van grote mondiale trends en drijvende krachten, gevolgd door een verkenning van hun effect op een beleidsterrein.
  • Scenario-ontwikkeling en -verkenning: een iteratief proces van interviews, analyse en modellering dat resulteert in alternatieve toekomstbeelden, gebruikt als kompas in plaats van als voorspelling, en waarmee beleidsopties tegen elkaar kunnen worden “stress getest”.

Het participatieve element is waar het EESC zich onderscheidt van de Commissie: door zijn leden en de netwerken van maatschappelijke organisaties in te zetten, claimt het EESC een rol bij het opsporen van “weak signals” vanuit het maatschappelijk middenveld, iets waar een wetenschappelijke dienst als het Joint Research Centre (JRC) minder toegang toe heeft.

Tijdshorizon. Omdat dit geen rapport met één stippeljaar is, verschilt de horizon per instrument waarmee het EESC werkt. De jaarlijkse EU Strategic Foresight Reports van de Commissie, waarop het EESC formeel adviseert, kijken doorgaans 15 tot 25 jaar vooruit (de editie 2025 expliciet “through 2040 and beyond”), terwijl de ESPAS Global Trends Reports elke vijf jaar verschijnen met een vergelijkbare horizon. Er is dus geen vaste EESC-horizon, wel een terugkerende reeks van meerjarige vooruitblikken.

Sinds wanneer. De EESC-pagina zelf noemt geen startjaar. Het spoor van formele EESC-betrokkenheid is wel te volgen via de adviezen die het orgaan uitbrengt: het eerste EESC-advies over een EU Strategic Foresight Report dateert uit 2020 (advies INT/918, over het allereerste Commissie-rapport “Charting the course towards a more resilient Europe”). Sindsdien brengt het EESC bij elke jaarlijkse editie een eigen advies uit, met de meest recente over het rapport 2025 (“Resilience 2.0”).

In de praktijk: hoe het EESC en de bredere EU strategic foresight gebruiken

In de praktijk vult het EESC zijn foresightrol op vier manieren in.

  • Het brengt jaarlijks een advies uit over het Strategic Foresight Report van de Europese Commissie.
  • Het laat eigen vooruitblikkende studies uitvoeren ter onderbouwing van evidence-based beleidsadvies.
  • Het organiseert eigen foresight-evenementen en gezamenlijke oefeningen met andere EU-instellingen en met het maatschappelijk middenveld.
  • Het draagt bij aan het European Strategy and Policy Analysis System (ESPAS), onder meer via foresightpapers, rapporten en conferenties.

Belangrijk is de precieze rol van het EESC binnen ESPAS: het is geen kerninstelling. ESPAS is een interinstitutioneel samenwerkingsverband van de Europese Commissie, het Europees Parlement, het secretariaat-generaal van de Raad van de EU en de Europese Dienst voor Extern Optreden, “met ondersteuning van” het Comité van de Regio’s en het EESC. Een concreet voorbeeld van die bijdrage is een recent ESPAS Ideas Paper dat verkent hoe de groene en digitale transities de rol van georganiseerd maatschappelijk middenveld in de EU tegen 2050 kunnen beïnvloeden.

De bredere EU-architectuur waar het EESC zich in beweegt, bestaat uit minstens drie andere grote schakels:

  • De Europese Commissie publiceert sinds 2020 jaarlijks een EU Strategic Foresight Report, opgesteld door het secretariaat-generaal met de methodologische ondersteuning van het JRC. De reeks volgt een herkenbare lijn: 2020 over veerkracht in vier dimensies (economisch-sociaal, geopolitiek, groen, digitaal) tijdens de coronacrisis, 2021 over “capacity and freedom to act” tot 2050, 2022 over de vergroening en digitalisering van vijf strategische sectoren, 2023 over duurzaamheid en welzijn binnen open strategische autonomie, en 2025 als “Resilience 2.0” tot 2040 en verder. Deze rapporten voeden rechtstreeks de jaarlijkse State of the Union-toespraak en het jaarlijkse werkprogramma van de Commissie: foresight is hier dus geen los rapport, maar een vaste stap in de beleidscyclus.
  • ESPAS (opgericht begin jaren 2010) produceert elke vijf jaar, telkens vlak voor een nieuwe institutionele cyclus, een Global Trends Report, plus doorlopend horizon scanning-rapporten en foresightpapers, en organiseert een jaarlijkse ESPAS-conferentie, samen georganiseerd door Parlement en Commissie.
  • Het Europees Parlement richtte in 2015 binnen zijn onderzoeksdienst (EPRS) een eigen Global Trends Unit op, die uitgroeide tot de huidige Policy Foresight Unit. Deze publiceerde tot 2019 de “Global Trendometer”, een periodieke trendanalyse specifiek voor parlementariërs, los van de Commissie-rapporten.
  • De Raad van de EU neemt via zijn secretariaat-generaal deel aan ESPAS, maar heeft geen zichtbaar eigen publiek foresightrapport zoals de Commissie of het Parlement: zijn bijdrage blijft grotendeels intern en interinstitutioneel.

Interessante observaties voor toekomstverkenners

Wat opvalt als je deze vier sporen naast elkaar legt, is dat de EU niet één foresightproces heeft, maar minstens vier deels overlappende: het EESC, de Commissie/JRC, ESPAS en het Europees Parlement, met de Raad als stille interinstitutionele partner. Is dat versnippering of gezonde pluriformiteit?

Er is bewijs voor beide lezingen. Voor pluriformiteit pleit dat elke instelling een ander perspectief toevoegt dat de andere structureel mist: het EESC brengt het maatschappelijk middenveld en de sociale partners in, iets waar een wetenschappelijke dienst als het JRC weinig directe toegang toe heeft. Het Europees Parlement bracht met de Global Trendometer een parlementair, electoraal gevoelig perspectief in dat de Commissie zelf niet zou schrijven. ESPAS bundelt dat weer op interinstitutioneel niveau tot een gedeeld beeld richting een nieuwe bestuurscyclus. Voor versnippering pleit dat het EESC zelf, in een reactie op de Strategic Foresight Reports, herhaaldelijk heeft aangegeven dat het te laat wordt betrokken: het orgaan pleit voor een permanent, gestructureerd mechanisme om al vanaf de start van elke Commissie-foresightcyclus mee te denken, in plaats van pas commentaar te mogen leveren op een bijna afgerond rapport. Dat is een herkenbaar coördinatieprobleem van meerdere instituties die formeel samenwerken, maar in de praktijk na elkaar werken.

Een scherpere kritiek komt van de Brussels Institute for Geopolitics (BIG), die in 2026 betoogde dat EU-foresight weliswaar geïnstitutionaliseerd is, maar structureel te weinig politiek gewicht heeft: het zit primair bij het JRC, een wetenschappelijke dienst, onder een portefeuille (intergenerationele rechtvaardigheid, jeugd, cultuur en sport) die geen directe hefboom heeft op geopolitieke of defensiebeslissingen. Het rapport wijst erop dat de vroege waarschuwingen voor de Russische invasie in Oekraïne wel degelijk bestonden, maar dat foresight-analyse en politieke actie onvoldoende met elkaar verbonden waren. Onze eigen lezing hierbij: dit is precies het verschil tussen foresight als analytisch product en foresight als bestuurlijk mandaat. De EU heeft het eerste ruimschoots geïnstitutionaliseerd, het tweede nog nauwelijks.

Voor een Nederlandse organisatie die zelf foresight wil opzetten, zijn er drie overdraagbare lessen uit de EU-architectuur, mits je ze vertaalt naar een veel kleinere schaal:

  • Kies een vaste jaarlijkse cyclus in plaats van ad-hoc trendrapporten. Het sterkste institutionele kenmerk van de Commissie-aanpak is niet de inhoud van de rapporten, maar het feit dat ze jaarlijks verschijnen en automatisch doorstromen naar het werkprogramma en de State of the Union. Een trendrapport dat losstaat van een besluitvormingsmoment verdwijnt in een la; een trendrapport dat gekoppeld is aan de jaarplanning wordt gelezen.
  • Regel nabijheid tot de top, niet alleen onafhankelijkheid. Voorbeelden van goed werkende nationale foresight-ecosystemen (zoals Finland, waar Sitra en het National Foresight Network via het bureau van de premier lopen) combineren een zekere onafhankelijkheid van de dagpolitiek met een vaste plek dicht bij de hoogste besluitvormers. Foresight dat alleen bij een onderzoeksafdeling zit, zoals bij de EU nu grotendeels het geval is, loopt het risico invloedloos te blijven.
  • Evalueer achteraf wat er met eerdere scenario’s is gebeurd. Estland’s Foresight Centre vergelijkt structureel eerdere scenario’s met de daadwerkelijke ontwikkeling. Zonder die stap blijft foresight een eenmalige exercitie in plaats van een lerend systeem, en is er voor de organisatie zelf ook geen manier om te weten of de methode werkt.

Bronnen

Nederlandstalige URL van de EESC-pagina (toont wel Nederlandse sitenavigatie, maar de hoofdtekst zelf staat alleen in het Engels/Frans): eesc.europa.eu/nl/node/129796
Engelstalige versie (originele tekst): Strategic foresight at the EESC, European Economic and Social Committee, 2025
Europese Commissie, methodenoverzicht: Strategic foresight, European Commission
Europese Commissie: 2020 Strategic Foresight Report, “Charting the course towards a more resilient Europe”
Europese Commissie: 2025 Strategic Foresight Report, “Resilience 2.0”
ESPAS: About ESPAS, European Strategy and Policy Analysis System
ESPAS: ESPAS Ideas Paper, EU civil society 2050
Europees Parlement (EPRS): Global Trendometer 2019, European Parliamentary Research Service
EESC-advies: Strategic foresight: the EESC says it can help make better foresight if involved more and earlier in the process, EESC, 2022
Brussels Institute for Geopolitics: Kate O’Riordan en Eliott de Smedt Day, “Strategic Foresight in the EU: The Architecture of Tomorrow”, 2026

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in