Blauwe Kamer (2019): Oproep NL 2300 – twaalf ontwerpvisies op Nederland in het jaar 2300

0
12

Wat als de zeespiegel niet met een halve meter maar met vijftien meter stijgt? Vakblad Blauwe Kamer riep in juni 2019 stedenbouwkundigen, architecten en landschapsarchitecten op om Nederland in het jaar 2300 te verbeelden. De twaalf inzendingen, gebundeld in het decembernummer van het e-zine, vormen een van de rijkste verzamelingen speculatieve, langetermijn-toekomstbeelden die Nederland kent.

De kern

De aanleiding was een artikel van Rolf Schuttenhelm in Vrij Nederland (2016), waarin experts waarschuwden dat Nederland geen Plan B heeft voor een zeespiegelstijging die sneller en hoger uitpakt dan het Deltaprogramma aanneemt. Blauwe Kamer greep dit aan om de vakwereld uit te dagen: schets, zonder je te laten remmen door beleidsvoornemens of civieltechnische wetmatigheden, hoe Nederland er in 2300 uit zou kunnen zien. De redactie erkende vooraf dat de meeste inzendingen niet op jarenlang onderzoek stoelen, maar zag ze als waardevolle aanvulling op het denken over een eventueel Plan B.

Methode

Dit is geen onderzoeksrapport maar een redactionele oproep met vrije inzendingen, gepubliceerd door Uitgeverij Blauwdruk onder hoofdredacteur Mark Hendriks. Het tijdschrift ontving kaartbeelden en toelichtingen van bureaus, individuele ontwerpers en studenten, en clusterde de twaalf inzendingen achteraf in vier herkenbare strategieën. Het tijdshorizon is expliciet: het jaar 2300, meer dan 270 jaar vooruit, met een aangenomen zeespiegelstijging in de orde van 15 meter in de meest extreme inzendingen.

Vier stromingen

Aanvallers: zij creëren nieuw, hoger land in zee. Bureau ZUS (met Arcadis, TU Delft-SLIKC en Van Oord) stelt in Delta Plan X voor om drie miljard kuub zand op te spuiten en van West-Nederland een “Duinmetropool” te maken, waarbij de Oosterscheldekering openblijft en Den Haag en Amsterdam aaneengroeien. Adviesbureau De Haakse Zeedijk (Dick Butijn) pleit voor een tweede kustlijn, 25 kilometer uit de kust van Westkapelle tot Den Helder, uit te breiden tot Calais en Zweden naarmate de zee verder stijgt, een voorstel dat op verzoek van de Deltacommissaris ook is ingebracht bij het Kennisprogramma Zeespiegelstijging.

Ruilverkavelaars: zij herverdelen grondgebruik langs de nieuwe verhouding tussen land en water. Karres en Brands stelt in De Zeven Nieuwe Nederlanden een nieuw bestuurlijk systeem van zeven landstreken voor, elk afgestemd op de eigen landschapskenmerken, een voorstel dat terugkomt in RLI’s Challenge Landschap 2070. BRO verplaatst in Een nieuw tijdperk kleinere kernen naar hoger gelegen grond en voorziet een nieuwe Waddenrij voor kustbescherming en industrie. VE-R (Remco Rolvink en Berrie van Elderen) beschrijft in Nederland in 2300 hoe na een grote overstromingsramp de macht verschuift van de nationale overheid naar grensoverschrijdende metropoolregio’s zoals het fictieve Veluwe-Port.

Radicale poëten: zij laten het water bewust toe en ontwerpen een nieuwe relatie tussen land en water. Buro Lubbers schetst in Mondriaandelta hoe na een dijkdoorbraak in 2038 een Mondriaans grid van pieren en dijken meegroeit met de zeespiegel, terwijl delen van Amsterdam als eilanden bewaard blijven (“The city formerly known as Amsterdam”) en de rest van de Randstad verdwijnt als “Nieuw Atlantis”. Rijnboutt beschrijft in Het Achtergelaten land een overgang naar een op data en metabolisme gerichte samenleving, met laboratoriumvoedsel en een universele zonneschil op zee.

Doemdenkers: zij weigeren bewust een technisch antwoord te ontwerpen. Ro Koster en Hans van Engen stellen in Hallo, wakker worden! dat ontwerpen aan een verdronken Nederland zinloos is zolang we niet nu al drastisch ingrijpen, met grootschalige bebossing als enige zinvolle maatregel. Studio MP waarschuwt in Verdronken land, verwijzend naar de Sint-Elisabethsvloed van 1421, dat de strijd tegen het water niet blijvend te winnen is zolang economische belangen voorrang krijgen.

Vervolg: TU Delft rekent uit wat het kost

De oproep kreeg ook een kwantitatief staartje. Ties Rijcken en Matthijs Kok (beiden TU Delft) schreven naar aanleiding van de inzendingen een blog waarin ze berekenen bij welke mate van zeespiegelstijging het opgeven van land daadwerkelijk goedkoper wordt dan het beschermen ervan. Hun sigarendoosberekening: het omslagpunt om een eiland ter grootte van Vlieland te blijven beschermen ligt al bij 0,65 meter zeespiegelstijging, ruim binnen de IPCC-bandbreedte van 26 tot 82 centimeter voor deze eeuw. Het opgeven van de Waddeneilanden is dus, in puur economische zin, niet ondenkbaar.

Voor West-Nederland, het “model Amersfoort aan zee” van de meest radicale inzendingen, trekken Rijcken en Kok een andere conclusie: zelfs bij 50 meter zeespiegelstijging blijft het nog altijd ruim drie keer voordeliger om dijken te blijven bouwen dan om westelijk Nederland uit te kopen. Grootschalige landopgave, zoals in een deel van de inzendingen van deze oproep verbeeld, achten zij daarom economisch geen serieuze optie. Het betoog verscheen ook in het maartnummer 2020 van het papieren Blauwe Kamer-tijdschrift, al is onduidelijk of de twaalf ontwerpinzendingen zelf ooit op papier hebben gestaan: die lijken beperkt te zijn gebleven tot het e-zine van december 2019.

Interessante observaties voor toekomstverkenners / voor de database

Deze oproep is een ongebruikelijk zuiver voorbeeld van utopisch/dystopisch scenariodenken op zeer lange termijn, een categorie die in de meeste beleidsgerichte toekomstverkenningen ontbreekt omdat 2300 simpelweg te ver weg ligt om beleidsmatig relevant te zijn. Vanuit de archetypen van Jim Dator gelezen, dit is onze eigen interpretatie, niet die van Blauwe Kamer, passen de aanvallers het best bij “continued growth” (technologisch optimisme, doorbouwen), de doemdenkers bij “collapse”, de radicale poëten het duidelijkst bij “transformation” (een fundamenteel andere samenleving, dataïsme, nieuwe verhoudingen tussen mens en natuur), en de ruilverkavelaars het meest bij “discipline” (een nieuw bestuurlijk-moreel kader van zeven landstreken dat burgers en beleid samen moet dwingen tot aanpassing).

Interessant is ook wat de redactie zelf benadrukt: waar de meeste scenariostudies over zeespiegelstijging “in klein comité en achter gesloten deuren” plaatsvinden, gedomineerd door wetenschappers en beleidsmakers, is dit een open, ontwerpgedreven oproep die bewust radicaler mag zijn dan beleidsstukken toestaan. Dat maakt het een interessant contrapunt bij de Deltares-verkenning uit hetzelfde jaar, die met dezelfde aanleiding (de vrees voor een ontbrekend Plan B) een veel behoudender, beleidsgerichte route kiest. Ook zien we overlap met de later uitgevoerde Quickscan Ontwerpend Onderzoek NL, die dit soort utopische/dystopische verkenningen als eigen categorie toekomstbeeld onderscheidt naast plan, visie, trendscenario en scenario-onderzoek.

Bron:
Blauwe Kamer (2019): Oproep – schetsen voor Nederland in 2300
Blauwe Kamer e-zine (2019): Special – Ontwerpers schetsen Nederland in 2300
Blauwe Kamer (2020): Hoeveel zeespiegelstijging kan Nederland aan?
Ties Rijcken (2020): Het einde van Nederland

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in