De kern
Het klimaat waarin we nu leven verschilt fundamenteel van dat van vijftig jaar geleden — maar volgens KNMI-directeur Maarten van Aalst is het probleem niet dat we dit niet weten. Het probleem is dat we het ons niet kunnen voorstellen. Extreme scenario’s blijven abstract totdat ze werkelijkheid worden. Dat maakt verbeeldingskracht, niet data, de bottleneck in klimaatadaptatie.
Waarom dit relevant is voor foresight
Van Aalst’s punt raakt de kern van scenariodenken: modellen en cijfers overtuigen zelden op zichzelf. Mensen handelen pas als een scenario invoelbaar wordt. Het KNMI-rapport An EXTREME Report speelt daarop in door reële weerdata te combineren met worst-case-uitkomsten uit ensemble-weersvoorspellingen, zodat extreme scenario’s tastbaar worden in plaats van statistisch.
Dat is een directe toepassing van een foresight-grondbeginsel: scenario’s zijn er niet om de toekomst te voorspellen, maar om aannames onder huidig beleid te testen vóórdat een schok zich voordoet.
Blinde vlekken en nieuwe kwetsbaarheden
Van Aalst wijst hitte aan als de grootste blinde vlek in Nederlands beleid — onderschat vergeleken met bijvoorbeeld wateroverlast. Tegelijk creëert de energietransitie zelf nieuwe kwetsbaarheden: hij noemt het fenomeen ‘dark doldrums’, periodes zonder wind en zon waarin het energiesysteem onder druk komt.
Nederland zou zich volgens hem moeten positioneren als ‘living lab’ voor klimaatadaptatie, met voorbeelden als de Green Village op de TU Delft-campus als proeftuin voor oplossingen.
Vooruitblik
Het interview kijkt vooruit naar klimaatrisico’s richting 2035 en pleit impliciet voor een cultuur waarin scenario-exercities standaard onderdeel zijn van beleidsvorming — niet als eenmalige rapportage, maar als doorlopende oefening in verbeeldingskracht.
Bron: https://www.tudelft.nl/en/innovation-impact/pioneering-tech/articles/2026/were-already-living-in-a-changed-climate-we-just-dont-realise-it-yet
