De Ruimtelijke Verkenning 2011, gepubliceerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), biedt een toekomstbeeld van Nederland in 2040. Het rapport belicht regionale ontwikkelingen en presenteert twee scenario’s die de mogelijke bandbreedte van diversiteit van de regionale ontwikkelingen illustreren.
Trends en ontwikkelingen
De Ruimtelijke Verkenning 2011 identificeert enkele belangrijke trends die Nederland tot 2040 zullen vormgeven. Een van de opvallendste ontwikkelingen is de toegenomen regionale diversiteit: sommige regio’s zullen groeien, andere krimpen, en in veel gebieden is zowel groei als krimp mogelijk, afhankelijk van de economische en internationale omstandigheden. Deze driedeling vraagt om maatwerk in beleid en strategieën om met deze onzekerheden om te gaan.
De bevolkingsgroei zal zich voornamelijk concentreren in stedelijke gebieden zoals de Randstad, Utrecht, Almere en Groningen. Daarentegen zullen perifere gebieden zoals Oost-Groningen en Midden-Limburg waarschijnlijk te maken krijgen met bevolkingsafname. Naast demografische verschuivingen is de vergrijzing een trend die de werkgelegenheid zal beïnvloeden, met een verwachte afname in de beroepsbevolking. Dit heeft gevolgen voor sectoren zoals de landbouw en nijverheid, die naar verwachting zullen krimpen, terwijl sectoren zoals zorg en zakelijke dienstverlening zullen groeien.
Mobiliteit zal naar verwachting blijven toenemen, met name in stedelijke gebieden. In het hoge scenario resulteert dit in een verdubbeling van de congestie, terwijl in het lage scenario de congestie juist afneemt. De verschillen in mobiliteit tussen de twee scenario’s zijn aanzienlijk, wat de noodzaak onderstreept voor flexibel beleid.
De scenario’s: ‘Hoog’ en ‘Laag’
De Ruimtelijke Verkenning 2011 baseert zich op de WLO-studie (Welvaart en Leefomgeving) uit 2006, een eerdere langetermijnstudie die vier nationale scenario’s presenteerde. Voor deze verkenning zijn echter slechts twee van deze scenario’s regionaal uitgewerkt: het “Global Economy”-scenario (hoog) en het “Regional Communities”-scenario (laag). Dit is gedaan om de uiterste bandbreedte van mogelijke ruimtelijke en demografische ontwikkelingen in kaart te brengen, zodat beleidsmakers inzicht krijgen in zowel het meest optimistische als het meest conservatieve toekomstbeeld.
De WLO-scenario’s zijn ontwikkeld op basis van een assenkruis dat twee dimensies combineert: de mate van internationale samenwerking en de nadruk op marktwerking versus gemeenschapsgericht handelen. Het hoge scenario, “Global Economy”, gaat uit van sterke internationale samenwerking en een marktgerichte benadering, wat resulteert in hogere bevolkingsgroei en een toename van materiële welvaart. Het lage scenario, “Regional Communities”, focust op gemeenschapsvorming met minder internationale samenwerking, resulterend in lagere economische en demografische groei.

De Ruimtelijke Verkenning 2011 is een doorvertaling van twee van de WLO scenario’s naar regionaal niveau; een kwantificering van twee scenario’s met gedetailleerde regionale uitwerking voor 47 regio’s in Nederland. Door de focus te leggen op deze twee uitersten, ontstaat een goed beeld van de mogelijke bandbreedte waarbinnen de ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen kunnen vallen.
Doel en doelgroep
Het doel van de Ruimtelijke Verkenning 2011 is beleidsmakers en regionale overheden een overzicht te bieden van de mogelijke ontwikkelingen tot 2040, en hen te voorzien van de informatie die nodig is voor het herijken van ruimtelijk beleid. De verkenning benadrukt het belang van anticiperen op groei en krimp en het ontwikkelen van maatwerkstrategieën voor verschillende regio’s. De primaire doelgroep bestaat uit beleidsmakers op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, evenals andere stakeholders betrokken bij ruimtelijke planning en infrastructuur.
Bijzonderheden ten opzichte van eerdere ruimtelijke verkenningen
Wat deze verkenning bijzonder maakt, is de gedetailleerde regionale focus en de nadruk op onzekerheid. Waar eerdere verkenningen vooral uitgingen van nationale trends en groei, erkent de Ruimtelijke Verkenning 2011 dat zowel groei als krimp mogelijk is in een groot deel van Nederland. Deze benadering vraagt om adaptief en flexibel beleid, waarbij investeringen robuust genoeg moeten zijn om te passen binnen verschillende scenario’s.
Een andere bijzonderheid is de integratie van ruimtelijke en mobiliteitsvraagstukken. De verkenning onderzoekt niet alleen de ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken, maar ook hoe mobiliteit daarmee samenhangt. Dit integrale perspectief biedt beleidsmakers een completer beeld van de toekomstige uitdagingen en mogelijkheden.
Vorm
De verkenning kijkt tot 2040 en maakt gebruik van scenario’s om de diversiteit aan mogelijke ontwikkelingen te illustreren. Dit lange-termijnperspectief stelt beleidsmakers in staat om beleid te maken dat niet alleen gebaseerd is op de huidige trends, maar dat ook rekening houdt met mogelijke veranderingen en onzekerheden.
De resultaten van de verkenning worden gepresenteerd in de vorm van een gedetailleerd rapport, dat ook online beschikbaar is via de website van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In de rapportage zijn veel kaarten opgenomen.

Lees hier over de andere edities van de Ruimtelijke Verkenning:
RPB (2003): Scene; een kwartet ruimtelijke scenario’s voor Nederland
RPB, MNP en CPB (2006): Welvaart en leefomgeving, een scenariostudie voor Nederland in 2040
PBL (2010): Bestendigheid van WLO-scenario’s
PBL (2011): Ruimtelijke Verkenning 2011 – Nederland in 2040, een land van regio’s
PBL en CPB (2013): Welvaart en Leefomgeving – Horizonscan
PBL (2023): Ruimtelijke Verkenning 2023 – Vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050
