Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft met de verkenning “Samenleven in de toekomst” de vraag onderzocht: hoe beïnvloeden demografische veranderingen zoals vergrijzing, migratie en opleidingsniveau de sociale cohesie in Nederland in 2050? De toekomstverkenning is gericht op beleidsmakers, onderzoekers en maatschappelijke organisaties. Het doel is inzicht te geven in hoe demografische ontwikkelingen kunnen bijdragen aan of juist bedreigingen kunnen vormen voor sociale cohesie.
Belangrijkste trends
Het rapport identificeert drie belangrijke demografische trends die invloed hebben op sociale cohesie:
- Vergrijzing: Het aandeel 65-plussers stijgt naar 21-28% in 2050. Vitale ouderen kunnen bijdragen aan vrijwilligerswerk en de arbeidsmarkt, maar de toenemende zorgvraag zet solidariteit tussen generaties onder druk.
- Migratie: Migranten maken in 2050 30-40% van de bevolking uit. Migratie kan bijdragen aan een dynamische samenleving, maar brengt ook uitdagingen zoals sociale segregatie en discriminatie.
- Toename opleidingsniveau: Meer Nederlanders zullen een hbo- of wo-diploma behalen. Dit kan leiden tot een hoger institutioneel vertrouwen en meer politieke participatie, maar ook tot sociale ongelijkheid en diploma-inflatie.
Scenario’s en variaties
Het SCP beschrijft mogelijke scenario’s die rekening houden met veranderingen in bevolkingssamenstelling en hun effecten op sociaal vertrouwen, participatie en institutioneel vertrouwen. Wat-als-scenario’s belichten hoe factoren zoals toenemende diversiteit in buurten of verschillen in bevolkingsgroei sociale cohesie kunnen beïnvloeden. De toekomstverkenning combineert kwantitatieve analyses met simulaties:
- Data-analyse: Gebaseerd op CBS-gegevens (2012-2022) en LISS-data om verbanden tussen demografische kenmerken en sociale cohesie-indicatoren vast te stellen.
- Simulatiemodel: Gebruik van bevolkingsprognoses van het CBS om mogelijke effecten van demografische veranderingen op sociale cohesie in 2050 te simuleren.
- Conceptueel kader: Het twee-bij-twee-raamwerk van Chan et al. (2006), dat sociale cohesie meet op horizontale (tussen burgers) en verticale (tussen burgers en instituties) dimensies, zowel subjectief (vertrouwen) als objectief (gedrag).
Twee-bij-twee-raamwerk voor sociale cohesie
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maakt in het rapport gebruik van een twee-bij-tweeraamwerk, ontwikkeld door Chan et al. (2006), om sociale cohesie te analyseren. Het raamwerk wordt gebruikt om kwantitatieve analyses uit te voeren en toekomstige trends in sociale cohesie te simuleren. Het SCP combineert data over deze vier aspecten met demografische en andere individuele kenmerken (zoals leeftijd, migratieachtergrond en opleidingsniveau) om inzicht te bieden in hoe sociale cohesie zich tot 2050 kan ontwikkelen.

Het raamwerk verdeelt sociale cohesie langs twee assen:
- Horizontaal versus verticaal:
- Horizontale cohesie gaat over verbindingen en vertrouwen tussen burgers onderling.
- Verticale cohesie betreft de relaties tussen burgers en instituties, zoals de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
- Subjectief versus objectief:
- Subjectieve cohesie heeft betrekking op attitudes, gevoelens en opvattingen, zoals vertrouwen en verbondenheid.
- Objectieve cohesie gaat over gedrag en acties, zoals deelname aan vrijwilligerswerk of politieke participatie.
Deze indeling leidt tot vier aspecten van sociale cohesie:
| Dimensie | Subjectief (attitudes) | Objectief (gedrag) |
|---|---|---|
| Horizontaal (tussen burgers) | Sociaal vertrouwen | Sociale participatie |
| Verticaal (tussen burgers en instituties) | Institutioneel vertrouwen | Politieke participatie |
Aspecten van sociale cohesie
- Sociaal vertrouwen (horizontaal-subjectief)
Dit aspect omvat hoe mensen over elkaar denken en het vertrouwen dat ze hebben in medeburgers. Het wordt gemeten aan de hand van indicatoren zoals:- Vertrouwen in onbekenden.
- Verbondenheid en verantwoordelijkheid voor de samenleving.
- Gevoel van thuis horen in Nederland.
- Sociale participatie (horizontaal-objectief)
Sociale participatie richt zich op gedragingen die de binding tussen burgers versterken. Indicatoren zijn bijvoorbeeld:- Vrijwilligerswerk.
- Lidmaatschap van belangenorganisaties of verenigingen.
- Contacten binnen sociale netwerken, zoals vrienden en kennissen.
- Institutioneel vertrouwen (verticaal-subjectief)
Dit aspect onderzoekt hoe burgers instituties zoals de overheid, de rechtspraak en bedrijven ervaren. Indicatoren omvatten:- Vertrouwen in politieke, uitvoerende en private instituties.
- Houdingen ten opzichte van de legitimiteit en betrouwbaarheid van instituties.
- Politieke participatie (verticaal-objectief)
Politieke participatie meet de actieve betrokkenheid van burgers bij de politiek. Indicatoren zijn bijvoorbeeld:- Stemmen bij verkiezingen.
- Deelname aan politieke activiteiten, zoals demonstraties, lobbyen of lidmaatschap van een politieke partij.
- Gebruik maken van media om wensen en meningen kenbaar te maken.
Wat als scenario’s
De wat als scenario’s illustreren hoe sociale cohesie zich onder verschillende omstandigheden kan ontwikkelen. Ze zijn waardevol om beleidsmakers voor te bereiden op diverse mogelijke toekomstbeelden en om beleid aan te passen aan de veranderende samenleving.

Hier volgt een uitgebreide beschrijving van de belangrijkste scenario’s die worden genoemd in het rapport:
1. Verschil tussen generaties
- Kenmerk: Leeftijd.
- Omschrijving: In dit scenario wordt aangenomen dat houding en gedrag van mensen niet veranderen gedurende hun levensloop. In plaats daarvan blijven deze constant binnen generaties. Hierdoor zijn verschillen in sociaal vertrouwen en participatie het resultaat van generatieverschillen en niet van leeftijdseffecten.
- Effecten: Jongere generaties tonen meer vertrouwen in instituties, wat leidt tot een sterkere toename van institutioneel vertrouwen dan in het basisscenario. Het vertrouwen in instituties zoals de pers blijft echter achter bij andere instituties.
2. Kinderen van de tweede generatie
- Kenmerk: Herkomst.
- Omschrijving: Hier wordt verondersteld dat de houding en het gedrag van kinderen van de tweede generatie migranten gelijk blijven aan die van hun ouders.
- Effecten: Sociale cohesie en vertrouwen in instituties blijven grotendeels vergelijkbaar met het basisscenario. Er wordt echter geen significante convergentie tussen generaties waargenomen.
3. Culturele competitie
- Kenmerk: Herkomst.
- Omschrijving: Door toegenomen migratie zien mensen zonder migratieachtergrond migranten in dit scenario vaker als concurrenten.
- Effecten: Het vertrouwen in instituties neemt iets minder toe dan in het basisscenario. Sociale segregatie wordt sterker, wat leidt tot spanningen en een lichte afname in sociale participatie.
4. Culturele convergentie
- Kenmerk: Herkomst.
- Omschrijving: In dit scenario groeit de tweede generatie migranten meer naar de normen en waarden van mensen zonder migratieachtergrond toe.
- Effecten: Er is enige gelijkstelling in sociaal vertrouwen, maar de mate van institutioneel vertrouwen varieert. Politie en leger worden iets minder vertrouwd, terwijl het vertrouwen in ambtenaren iets toeneemt.
5. Toenemend verschil tussen opleidingen
- Kenmerk: Opleiding.
- Omschrijving: Hier wordt aangenomen dat mensen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding qua gedrag meer lijken op mensen met een lagere opleiding, zoals vmbo.
- Effecten: Dit leidt tot een daling van sociale participatie, met name in vrijwilligerswerk en lidmaatschappen van verenigingen. De kloof tussen opleidingsgroepen groeit verder.
6. Diploma-inflatie
- Kenmerk: Opleiding.
- Omschrijving: Mensen met een hogere opleiding (hbo of wo) verliezen in dit scenario hun relatief bevoorrechte status, waardoor hun houding en gedrag meer op die van lager opgeleiden gaat lijken.
- Effecten: Vrijwilligerswerk en verenigingslidmaatschappen dalen. Sociale participatie neemt af, met gevolgen voor de algehele cohesie.
7. Meer waardering voor praktische beroepen
- Kenmerk: Opleiding.
- Omschrijving: Door schaarste in praktische beroepen krijgen mensen met lagere opleidingsniveaus meer waardering in de samenleving.
- Effecten: Lidmaatschappen van belangenverenigingen nemen toe. Sociale cohesie profiteert van een herwaardering van praktisch opgeleiden.
8. Gelijkvormigheid
- Kenmerk: Opleiding.
- Omschrijving: In dit scenario wordt aangenomen dat de effecten van opleiding op sociale participatie volledig verdwijnen, en dat iedereen zich naar een gemiddeld niveau gedraagt.
- Effecten: Hoewel ongelijkheid in gedrag afneemt, neemt ook het algehele niveau van sociale participatie af, zoals vrijwilligerswerk en verenigingslidmaatschappen
Toekomstbeelden
Op basis van het twee-bij-twee raamwerk en de wat als scenario’s worden in het rapport een aantal toekomstbeelden geschetst van hoe sociale cohesie in Nederland zich zou kunnen ontwikkelen onder invloed van demografische veranderingen, zoals vergrijzing, migratie en stijgende opleidingsniveaus. De toekomstbeelden zijn dus gebaseerd op simulaties van bevolkingsvarianten en “wat-als”-scenario’s en worden beschreven in thematische hoofdstukken.
Drukker, diverser en grijzer
Nederland zal in 2050 een grotere, meer diverse en oudere bevolking hebben. Afhankelijk van de bevolkingsvariant ligt het aantal inwoners tussen 18 en 22 miljoen, met een groeiend aandeel migranten en ouderen:
- Het aandeel 65-plussers stijgt naar 21-28%.
- Migranten vormen 30-40% van de bevolking.
- Het aandeel mensen met een hbo- of wo-diploma neemt toe, maar dit kan leiden tot diploma-inflatie.
Sociale scheidslijnen en solidariteit
Het rapport schetst zowel positieve als negatieve toekomstbeelden:
- Positief: Meer waardering voor diversiteit en versterking van solidariteit door vitale ouderen en beter integratiebeleid.
- Negatief: Groeiende sociale segregatie in wijken, generatieconflicten door pensioendruk, en toenemende ongelijkheid door diploma-inflatie en beperkte sociale mobiliteit.
Regionale verschillen
Veranderingen in bevolkingssamenstelling kunnen regionale ongelijkheden versterken. Vergrijzing en migratie hebben een andere impact op stedelijke en landelijke gebieden, met gevolgen voor sociale cohesie op lokaal niveau.
Politieke en institutionele perspectieven
- Institutioneel vertrouwen kan toenemen als een gevolg van hogere opleidingsniveaus, maar kan afnemen door sociale ongelijkheid of negatieve ervaringen met beleid.
- Politieke participatie neemt toe onder hoger opgeleiden, maar groepen met lagere opleiding of migratieachtergrond blijven mogelijk achter.
Conclusies (prognoses)
Het rapport maakt gebruik van kwantitatieve analyses en simulaties om een beeld te schetsen van de sociale cohesie in 2050. De belangrijkste prognoses zijn:
- Sociaal vertrouwen: Dit blijft gemiddeld hoog, maar er kunnen significante verschillen ontstaan tussen groepen op basis van leeftijd, herkomst en opleidingsniveau.
- Sociale participatie: Vrijwilligerswerk en lidmaatschappen van verenigingen nemen licht af, vooral door veranderende prioriteiten en interesses van jongere generaties.
Invloed van demografische varianten
De simulaties baseren zich op bevolkingsprognoses van het CBS, zoals scenario’s met hoge migratie, snelle vergrijzing of een toename van hoger opgeleiden. Deze varianten beïnvloeden de sociale cohesie op verschillende manieren:
- Sociale participatie: In buurten met toenemende diversiteit kan sociale participatie afnemen, tenzij inclusief beleid wordt toegepast.
- Institutioneel vertrouwen: Onder hoogopgeleiden neemt dit vertrouwen waarschijnlijk toe, terwijl het bij lager opgeleiden kan stabiliseren of dalen.
Risico’s en kansen
- Generatieconflicten: Spanningen tussen jongere en oudere generaties kunnen ontstaan door de druk op pensioenen en zorgkosten.
- Migratie en integratie: Effectief integratiebeleid versterkt de cohesie, terwijl gebrekkig beleid kan leiden tot segregatie en wantrouwen.
- Opleiding en ongelijkheid: Diploma-inflatie en ongelijkheid in opleidingsniveaus kunnen nieuwe scheidslijnen veroorzaken, tenzij beleid gelijke kansen bevordert.
Regionale verschillen en ongelijkheid
- Regionale cohesie: Sociale cohesie varieert sterk per regio. Gebieden met lagere sociaal-economische status lopen een verhoogd risico op verdere afname van cohesie, mede door migratie en vergrijzing.
- Ongelijkheid door opleidingsverschillen: Dit blijft een uitdaging, met name bij toegang tot werk en huisvesting.
Het rapport benadrukt dat deze prognoses onzeker zijn. De uiteindelijke impact op sociale cohesie hangt sterk af van beleidskeuzes en bredere maatschappelijke ontwikkelingen.
Het volledige rapport is hier beschikbaar op de website van het SCP. Je kunt het rapport downloaden, de bijlagen, een Nederlandstalige en een Engelstalig samenvatting.
