Bron: WRR-verkenning (28 september 2026) De toekomst in beleid – Zoeken naar zekerheden voor 2050. Een verkenning, geen advies: de inhoud weerspiegelt volgens de WRR niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de raad.
De kern
De roep om keuzes te maken klinkt in Nederland steeds luider: welk land willen we in 2050 zijn? Zie bijvoorbeeld ook de publicatie Kiezen voor Later (CPB) uit 2024. De WRR draait de vraag om en stelt dat de vraag welk land Nederland in 2050 kan zijn minstens zo belangrijk is. Toekomststudies richten zich volgens de raad vaak op onzekerheden, bijvoorbeeld via scenario’s en kantelpunten, en bieden daardoor niet altijd veel houvast. Daarom neemt de verkenning zekerheden als uitgangspunt. Niet om te voorspellen, maar om de lange termijn vroegtijdig te kunnen bespreken in beleidsontwikkeling. Met die benadering wil de WRR het instrumentarium van toekomstonderzoek verbreden.
De verkenning ontstond uit gesprekken begin 2025 met het Secretarissen-Generaal Overleg (SGO), dat vroeg welke toekomstige zekerheden de keuzes van nu zouden moeten beïnvloeden. Het adviestraject startte op 28 oktober 2025. De verkenning is op 28 september 2026 gepubliceerd en wordt op 13 oktober aangeboden aan de minister-president en de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.

Methode: hoe is de verkenning tot stand gekomen?
De verkenning is dus geen scenariostudie en ook geen prognose, maar betreft de ontwikkeling van een analytisch raamwerk en een bijbehorend instrument. De tijdshorizon is 2050 (25 jaar vooruit), nadrukkelijk “ter illustratie van het te ontwikkelen instrument”. De auteurs benadrukken dat zekerheden voor 2050 niet per se zeker zijn voor 2100. De analyse betreft het Europese deel van het Koninkrijk; volgens de auteurs is de aanpak ook bruikbaar voor het Caribische deel, met een deels andere invulling.
- Gesprekken: de projectgroep sprak met meer dan vijftig wetenschappers, beleidsmakers, bestuurders en andere deskundigen. Tussentijdse inzichten zijn gedeeld met het SGO in november 2025 en april 2026.
- Literatuur en trendstudies: de vier grote verschuivingen zijn gekozen omdat ze vaak terugkomen in trendstudies. De indeling lijkt volgens de auteurs deels op de DESTEP-analyse (met geopolitiek in plaats van politiek) en op megatrendstudies. Per verschuiving beschrijven ze de historische wortels, de dwarsverbanden met andere verschuivingen en een doorkijk naar 2050, niet met de pretentie te voorspellen maar met de bedoeling te inspireren.
- Verbeelding via literatuur: de auteurs zochten inspiratie in Nederlandstalige romans. Elke paragraaf in het hoofdstuk over de grote verschuivingen bevat een literair intermezzo om de verbeeldingskracht op te rekken, bijvoorbeeld Bordewijks Blokken (1931) over technologie als dystopie en Eva Meijers Zee Nu (2022) over zeespiegelstijging. Dit is een voorbeeld van een werkwijze die verwant is aan science fiction prototyping en design fiction: fictie wordt gebruikt om toekomsten invoelbaar en bespreekbaar te maken, ook voor wie met cijfers en scenario’s minder snel meegaat.
- Positionering: het instrument is nadrukkelijk een aanvulling op ramingen, scenariostudies en toekomstvisies, en geen vervanging daarvan. De auteurs verwijzen onder meer naar de driedeling forecasting, foresight en normatieve studies van Van Asselt e.a. (2010).
Drie soorten zekerheden voor 2050
Het raamwerk onderscheidt drie soorten zekerheden die de keuzes van nu zouden moeten beïnvloeden:
- Grote verschuivingen (zekerheden van verandering): ontwikkelingen op het gebied van kennis en technologie, klimaat, demografie en geopolitiek. De richting staat vast, maar tempo, kracht en uitkomst blijven volgens de auteurs soms lang onzeker, tot er een kantelmoment is bereikt.
- Ankerpunten (zekerheden in wat is en zal zijn): gegevenheden die tot 2050 zo goed als vastliggen en de ruimte opspannen waarbinnen beleid zich kan ontwikkelen.
- Spanningen (de zekerheid van maatschappelijke uitdagingen): die ontstaan uit botsingen tussen grote verschuivingen en ankerpunten, bijvoorbeeld als kwetsbaarheden, waardenconflicten of noodzakelijke keuzes.
De vier grote verschuivingen
- Kennis en technologie: technologische innovaties op het gebied van AI, robotica en biotechnologie veranderen het leven ingrijpend richting 2050. De verkenning noemt een convergentie van AI, bio-, nano- en neurotechnologie en beschrijft vier maatschappelijke dynamieken: hubris, verdeling van lasten en lusten, cohesie en zeggenschap.
- Klimaat: de aarde warmt op en het Nederlandse klimaat verandert. Menselijke invloed is dominant, kantelpunten en deels onomkeerbare processen spelen een rol, en de tekst maakt onderscheid tussen mitigatie en adaptatie.
- Demografie: Nederlanders worden ouder en er worden minder kinderen geboren. Migratie bepaalt grotendeels de groei van de bevolking. Geboorte en sterfte zijn volgens de auteurs relatief goed te voorspellen, migratie is grilliger.
- Geopolitiek: machtscentra verschuiven en de wereldorde fragmenteert door diversere vormen van machtsuitoefening en uiteenlopende wereldbeelden.
Ankerpunten op drie niveaus
De ankerpunten zijn ingedeeld op een macro-, meso- en microniveau, aangevuld met de ruimte. De auteurs geven zelf aan dat deze selectie “ook anders had kunnen uitpakken”. De WRR-infographic noemt de volgende ankerpunten:
- Verweven wereld: een kleinere beroepsbevolking buiten onze grenzen, economische vervlechting met het buitenland, digitalisering overal en grenzen aan de stabiliteit van de planeet.
- Land en samenleving: een kleine, laaggelegen, ingerichte rivierendelta, de vastigheid van de gebouwde omgeving en infrastructuur, de lange schaduw van vorming en diepe sporen van de geschiedenis.
- De mens: een pleistoceen brein, (intergenerationele) overlevingsdrang, de mens als sociaal wezen en de behoefte aan zingeving.
- De schaarse orbitale omgeving van de aarde.
Het TiB-stappenschema: spanningen vroeg op tafel
Op basis van de driedeling ontwikkelde de WRR het Toekomst-in-Beleid-stappenschema (TiBs), samen met een botsingenmatrix (als aparte bijlage te downloaden bij de verkenning). Het schema doorloopt drie stappen voor een concreet beleidsdossier:
- Verschuivingen: inventariseer de relevante ontwikkelingen en plaats ze in de context van het beleidsdossier, bijvoorbeeld door gangbare aannames te bevragen.
- Botsingen met ankerpunten: inventariseer de relevante ankerpunten en analyseer botsingen met de ontwikkelingen uit stap 1.
- Spanningen: identificeer de spanningen die zeer waarschijnlijk zullen optreden.
De verkenning geeft per stap praktische tips. Loop alle verschuivingen af en bespreek context en aannames met elkaar, en rek de verbeelding op door kunstenaars of schrijvers te betrekken. Schiet een ankerpunt niet te snel af als irrelevant en neem alle niveaus mee. Denk bij spanningen na over de verschillende vormen (keuzes, kwetsbaarheden en kansen, waardenconflicten) en formuleer de vragen die bovenkomen. Doorloop het schema bovendien meerdere keren, want soms leiden spanningen tot nieuwe inzichten over relevante ontwikkelingen en ankerpunten.
Wat zichtbaar wordt: voorbeelden van spanningen
Door zekerheden systematisch te onderzoeken, komen volgens de WRR nieuwe inzichten en vragen boven. Een paar voorbeelden uit de verkenning en de begeleidende publicaties:
- Het streven naar strategische autonomie blijkt ook een ecologisch vraagstuk.
- Zingeving wordt een relevante uitdaging in het nadenken over de toekomst van de arbeidsmarkt. Het stappenschema wordt in de verkenning in de praktijk toegepast op de toekomst van de arbeidsmarkt.
- Klimaatadaptatie botst met het opleidingsprofiel van de beroepsbevolking: er zijn meer mensen nodig, maar die mensen zijn er niet, wat de haalbaarheid van adaptatieplannen onder druk zet.
- Creatieve destructie in het bedrijvenbeleid botst met het behoud van werkgelegenheid en gemeenschapsidentiteit.
Dilemma’s en kanttekeningen van de auteurs
- Geen voorspelling, geen eenduidig beleid: het gebruik van de inzichten maakt beleid maken voor de toekomst niet eenduidig. Het laat vooral zien waar pijnpunten mogen worden verwacht, zodat de discussie productiever kan worden.
- Zekerheid is tijdschaalafhankelijk: wat zeker is tot 2050 hoeft dat niet te zijn tot 2100, en de selectie van ankerpunten is niet “de” lijst.
- Disrupties blijven mogelijk: een ramp of kernoorlog valt niet uit te sluiten, maar volgens de auteurs is het toch zinvol ook te kijken naar de zekerheden voor het geval zulke gebeurtenissen uitblijven.
- Spanning met future cancellation: de auteurs maken zich zorgen over het uitblijven van toekomstgericht handelen. Volgens de WRR loopt Nederland op verschillende dossiers vast, zoals de stikstofcrisis, de woningnood en het vollopende elektriciteitsnet (netcongestie). In het recente verleden is daarbij misschien te weinig aandacht geweest voor de zorgen van morgen. Als voorbeeld noemt de verkenning het ministerie van Volkshuisvesting, dat vijftien jaar geleden werd afgeschaft, terwijl er nu een groot tekort aan woningen is. Nederland bleek minder “af” dan destijds gedacht (p. 15).
In een voetnoot verwijst de WRR naar het begrip future cancellation uit de wetenschappelijke literatuur (De Rijk & Feitsma, 2025): de vaardigheid om een andere toekomst te verbeelden is mogelijk afgenomen. Het begrip staat voor de zorg dat de toekomst in beleid minder wordt verkend dan nodig is. Het past bij de opzet van de verkenning om de lange termijn vroegtijdig bespreekbaar te maken. De koppeling met de literaire intermezzo’s, die de verbeeldingskracht moeten oprekken, is een duiding van de redactie.
Voor wie is deze verkenning? Een andere doelgroep, een andere bijdrage
De WRR ontwikkelt het instrument in de eerste plaats voor beleidsmakers. Het stappenschema moet een zinvol gesprek tussen bewindspersonen, beleidsmakers en strategen op gang brengen (p. 90). De verkenning is daarmee geen methodologisch handboek voor professionele toekomstverkenners. Dat verklaart waarom een vakgenoot er veel in herkent. Wat in het vakgebied een bekend uitgangspunt is, kan voor beleidsmakers een toegankelijke ingang zijn om langetermijnvraagstukken te bespreken. Een bijdrage kan dus ook bestaan uit het expliciteren, ordenen en vertalen van bestaande kennis.
De duiding in de volgende secties is van de redactie van de database en niet van de WRR. Ze bekijkt de verkenning niet alleen met de vraag wat methodisch nieuw is, maar ook met de vraag wat de aanpak bruikbaar maakt, en wil de benadering aanvullen en verbinden met bestaande foresightpraktijk.
Zekerheden en foresightpraktijk: een aanvullende duiding
Het meenemen van relatief zekere ontwikkelingen is in de foresightpraktijk al lang gebruikelijk. Bij de stap van trendanalyse naar scenarioplanning worden ontwikkelingen gewoonlijk gewogen op impact en onzekerheid, en de relatief zekere ontwikkelingen vormen de gemeenschappelijke onderlaag van scenario’s (in de scenarioliteratuur ook “predetermined elements” genoemd).
Het handboek Grip op de toekomst (Silke den Hartog – de Wilde, 2017; hoofdstuk 4, Trendanalyse, p. 36) laat zien hoe die combinatie bepaalt wat je met een trend doet:
- Hoge impact, hoge onzekerheid: de kern van de verkenning en de basis voor scenario’s.
- Hoge impact, lage onzekerheid: trends waar een organisatie in ieder geval mee te maken krijgt. Deze moeten aan bod komen in de strategie en dat is niet optioneel.
- Lage impact, lage onzekerheid: kunnen buiten beschouwing blijven of horen bij een ander vraagstuk.
- Lage impact, hoge onzekerheid: horen op de R&D-agenda, omdat er meer onderzoek nodig is voordat je weet of je er iets mee wilt.
Op p. 55 trekt hetzelfde handboek die logica door naar scenarioplanning: trends met hoge impact en lage onzekerheid moeten in elk scenario terugkomen, met een of twee varianten. Scenarioplanning staat dus niet tegenover het werken met zekerheden, maar onderzoekt hoe relatief zekere en onzekere ontwikkelingen samen mogelijke toekomsten vormen.
De WRR presenteert haar instrument zelf als aanvulling op bestaande methoden (zie “Positionering” hierboven) en verwijst voor een alternatieve typologie van zekerheden naar Cynthia Selin (2025). Volgens de auteurs blijven forecasts en scenariostudies waardevol en legt het stappenschema vooral meer nadruk op afruilen (p. 101).
Wat de WRR-aanpak specifiek toevoegt
De bijdrage zit in de expliciete ordening en de werkvorm. Ankerpunten zijn niet allemaal trends: een laaggelegen rivierendelta, de vastigheid van de gebouwde omgeving en de menselijke behoefte aan zingeving zijn andere soorten gegevens. Door verschuivingen systematisch te confronteren met die begrenzingen en continuïteiten komen beleidsvragen in beeld die een inventarisatie van veranderingen minder snel oplevert.
De auteurs erkennen dat beleidsmakers en wetenschappers de inhoud van de meeste cellen in de botsingenmatrix waarschijnlijk al kennen. De waarde zit volgens hen in het geheel, in de veelomvattendheid van vraagstukken en in het gesprek tussen departementen (p. 100). Ze voerden de casussen bewust als snelle analyse uit, bedoeld om in een dagdeel te maken. Dat maakt het stappenschema interessant als laagdrempelige verkennings- en agenderingsmodule. Een snelle scan laat zien dat de werkvorm vragen genereert. Ze toont nog niet aan dat de uitkomsten zeker zijn of dat de werkvorm beter presteert dan bestaande alternatieven. Een expliciete vergelijking met bestaande werkwijzen voor hetzelfde dossier ontbreekt, en dat zou de claim dat het instrumentarium wordt verbreed verder kunnen onderbouwen.
Verschillende soorten zekerheid vragen om verschillende toetsen
Het begrip zekerheden dekt zaken met een verschillende kennisstatus en beïnvloedbaarheid: fysieke gegevenheden (de ligging van Nederland, planetaire grenzen), traag veranderende structuren (de gebouwde omgeving, de “lange schaduw van vorming”), menselijke constanten (zingeving, sociale behoeften), de richtingzekerheid van verschuivingen (waarvan de precieze uitkomst onzeker blijft) en afgeleide spanningen, die een gevolgtrekking zijn en geen gegeven. De WRR erkent zelf dat zekerheid afhangt van de tijdshorizon en dat ankerpunten uiteindelijk kunnen veranderen.
Voor ankerpunten hanteert de WRR drie criteria (p. 68). Het moet gaan om een gegeven of ontwikkeling waarvan de staat in 2050 bekend is, relevant voor beleidskeuzes van nu en relevant voor meerdere beleidsterreinen. Beleid kan die staat in 2050 niet (meer) beïnvloeden. Bij de ligging van Nederland is dat begrijpelijk. Bij ankerpunten als “overal digitalisering” of “lange schaduw van vorming” doet het abstractieniveau veel werk: hoe algemener ze zijn geformuleerd, hoe zekerder ze lijken, en hoe concreter ze voor beleid worden gemaakt, hoe meer onzekerheid en beïnvloedbaarheid terugkomen.
Ook bij de stap van botsing naar spanning loont een extra toets. De WRR spreekt bij spanningen van “vrijwel zeker”, bijvoorbeeld dat klimaatadaptatie in combinatie met het opleidingsprofiel van de beroepsbevolking in 2050 tot personele problemen leidt (p. 20). Dat is een begrijpelijke beleidswaarschuwing. De zekerheid van de uitgangselementen gaat echter niet automatisch over op de zekerheid van de uitkomst. Daarvoor moet ook de keten daartussen worden onderbouwd, en scenario’s kunnen laten zien onder welke omstandigheden een spanning sterker, zwakker of anders van vorm wordt.
Een praktische aanvulling is om bij elke belangrijke uitspraak expliciet te maken:
- welk onderdeel relatief zeker wordt geacht;
- waarop dat oordeel berust;
- welke onderdelen onzeker blijven;
- wat beleid nog kan beïnvloeden;
- onder welke omstandigheden de aanname moet worden herzien.
Een verbinding, geen tegenstelling
De verkenning stelt dat een blik op zekerheden zicht geeft op handelingsopties en afruilen, naast de risico’s en kansen die een focus op onzekerheden zichtbaar maakt (p. 11). De WRR-casus over onverwachte klimaatgebeurtenissen laat tegelijk zien dat ook onzekerheid om handelen vraagt. Over het mogelijke stilvallen van de AMOC schrijven de auteurs dat voorbereiden pas beginnen bij een grote mate van zekerheid waarschijnlijk te weinig tijd laat voor aanpassingen in de gebouwde omgeving. Relatief zekere ontwikkelingen vragen dus om anticipatie, en kritische onzekerheden om robuuste keuzes, flexibiliteit, gerichte voorbereiding en het openhouden van opties.
Het TiB-stappenschema is daarom het best te begrijpen als aanvullende module voor beleidsgerichte impact- en dilemma-analyse, in verbinding met en niet tegenover scenarioanalyse. Eerst brengt het verschuivingen, randvoorwaarden en spanningen in beeld. Vervolgens kunnen scenario’s onderzoeken hoe die spanningen onder verschillende omstandigheden uitwerken, waarna strategische opties worden getoetst. In een raamwerk van impact en onzekerheid werkt het schema vooral het kwadrant “hoge impact, lage onzekerheid” uit. Scenario’s verkennen het kwadrant “hoge impact, hoge onzekerheid”.
Wanneer gebruik je het WRR-raamwerk, en met welke methoden combineer je het?
Ook dit is een duiding van de redactie en geen uitspraak van de WRR. Het stappenschema lijkt vooral geschikt wanneer een beleidsvraag al concreet is en een dossier, sector of beleidsterrein is afgebakend. De vraag is dan wat al relatief vastligt, welke spanningen daaruit volgen en waar beleid nog invloed op heeft. Het werkt ook met beperkte tijd. Als enige methode is het minder geschikt wanneer de kern van de opgave diepe onzekerheid is, bijvoorbeeld bij sterk uiteenlopende ontwikkelingen die elkaar beïnvloeden, wanneer er nog geen beleidsvraag is, of wanneer het doel is om aannames en mentale modellen ter discussie te stellen.
Combinaties die voor de hand liggen:
- Vooraf: horizonscanning, signalenanalyse of trendanalyse om kandidaat-ankerpunten en onzekerheden te vinden, met onderscheid naar zekerheid en impact.
- Naast elkaar: scenarioanalyse voor de onzekere kant, bijvoorbeeld met kritische onzekerheden als assen, terwijl het WRR-schema de relatief zekere kant uitwerkt.
- Daarna: strategische opties toetsen met stresstests of adaptatiepaden wanneer keuzes over de tijd moeten worden gespreid, of met backcasting wanneer een gewenst toekomstbeeld bestaat.
- In plaats van: bij een kleine, afgebakende vraag met beperkte onzekerheid kan het schema volstaan zonder een volledig scenarioproces. Bij open verkenningen zonder beleidsvraag, of bij vraagstukken waarin waarden en perspectieven botsen, liggen participatieve scenario-ontwikkeling of een perspectievenmethode eerder voor de hand.
Hoeveel tijd en hoeveel mensen vraagt het? De WRR geeft hier geen vaste norm voor. Dit staat wel in de verkenning:
- De projectgroep voerde de casussen bewust in beperkte tijd uit. Het doel was de analyse in een dagdeel te maken (p. 100). Dat lukte volgens de auteurs doordat de analyses van de grote verschuivingen en ankerpunten houvast bieden.
- Bij de eerste stap noemt de WRR gesprekken met externen of een brainstorm in groepsverband, en discussie met experts binnen en buiten het eigen departement. Om de verbeelding op te rekken noemt ze kunstenaars, schrijvers, ontwerpers, jongeren en eventueel AI (p. 88 en 89).
- Het stappenschema is bedoeld om meerdere keren te doorlopen (p. 90). Een serieuze toepassing vraagt dus meer dan één ronde.
Twee kanttekeningen van de redactie. Het dagdeel geldt voor het toepassen van het schema op een bestaand overzicht van verschuivingen en ankerpunten. Het opstellen van dat overzicht was zelf een omvangrijk onderzoek, en bij een andere context of tijdshorizon moeten de ankerpunten opnieuw worden bekeken (de WRR merkt zelf op dat dan andere ankerpunten relevant kunnen worden).
Verder laat de WRR niet zien hoe de benodigde inzet zich verhoudt tot andere methoden. Op basis van algemene praktijkervaring, en dus niet van de WRR, lijkt het schema lichter dan een volledig scenarioproces met meerdere sessies, een breder panel en een doorlooptijd van weken tot maanden. Of de uitkomsten dan ook vergelijkbaar van kwaliteit zijn, is niet onderzocht.
Er is nog geen vergelijkend onderzoek dat laat zien welke combinatie het best werkt. Dit zijn daarom werkhypotheses die in de praktijk getoetst moeten worden.
Verankering in de organisatie: een volgende stap
De slotbeschouwing (hoofdstuk 5, p. 103 tot 107) gaat over drie voorwaarden voor toekomstgericht beleid: politieke richting, legitimiteit en het niveau waarop beleid tot stand komt. De WRR pleit voor een politieke cultuur waarin toekomstverkenningen geen incidentele activiteiten zijn maar een vast onderdeel van besluitvorming (p. 104), met goed toegeruste fracties, sterke wetenschappelijke bureaus en investeringen in strategische beleidsontwikkeling. Voor de ambtelijke kant verwijst de verkenning naar het eerdere WRR-rapport Deskundige overheid (rapport 113, 2025).
De WRR benoemt de ambitie dus nadrukkelijk. Wat beperkt wordt uitgewerkt, is hoe beleidsorganisaties die ambitie praktisch realiseren: een koppeling aan een signaleringssysteem, eigenaarschap, periodieke actualisatie, verbinding met beleids- en begrotingscycli en een beoordeling van organisatorische volwassenheid. Early warning komt alleen voor in de literatuurlijst (een artikel over klimaatkantelpunten) en niet als onderdeel van de aanpak. Dat is een begrijpelijke afbakening voor een verkenning die een analytisch instrument centraal stelt, en tegelijk een kans om de aanpak verder te brengen. Het WRR-nieuwsbericht spreekt over thema’s vroegtijdig signaleren. Dat betreft het vroeg op tafel krijgen van spanningen in een beleidsdossier, niet een structureel monitoringsproces.
Die organisatorische kant werk ik uit in een apart blog op toekomstverkennen.nl: hoe je van een eenmalige verkenning komt tot een blijvende praktijk, met een foresight-maturity-raamwerk, een koppeling aan een signaleringssysteem en de OESO-literatuur over het verankeren van foresight in de overheid.
Interessante observaties voor toekomstverkenners / voor de database
Omdat de verkenning geen scenario’s of toekomstbeelden presenteert, is een vergelijking met de archetypen van Jim Dator of de grid-group-kwadranten van Mary Douglas hier niet aan de orde. Dat is zelf een observatie waard: de WRR positioneert zich bewust naast het scenariodenken en niet erin. Hoe het instrument zich verhoudt tot scenarioplanning en andere methoden, werken de secties hierboven uit.
- Een omkering van de gangbare insteek: waar de meeste toekomststudies in de database uitgaan van onzekerheden (scenarioassen, wild cards, kantelpunten), kiest de WRR zekerheden als vertrekpunt. Dat past bij de kritiek op de verleiding om onzekerheid als enige zekerheid te omarmen, waardoor alles “relatief, voorlopig en voorwaardelijk” wordt.
- Verbeelding als methodisch onderdeel: het gebruik van Nederlandse literatuur om de verbeelding aan te zetten is zeldzaam in beleidsverkenningen en sluit aan bij het futuring-denken waarin het doorbreken van bestaande denkpatronen centraal staat.
- Blinde vlekken om te testen: de ankerpunten zijn gekozen door één projectgroep en zijn tijdschaalafhankelijk. Het is de moeite waard om te bekijken hoe stabiel de lijst is als je hem door verschillende groepen laat opstellen.
Aanvullend materiaal op de WRR-website
Naast het volledige rapport heeft de WRR een aantal hulpmiddelen gepubliceerd waarmee het raamwerk direct te gebruiken is. Dit materiaal is in het Nederlands beschikbaar. Met een stappenschema, een botsingenmatrix en een infographic als praatplaat levert de WRR zo een werkvorm voor interdepartementale gesprekken en niet alleen een toekomstbeeld, vergelijkbaar met methodische bronnen als de Perspectives Method.
- Infographic (PDF, 1 pagina): overzicht van de drie soorten zekerheden en hoe ze op elkaar inwerken. Online staat deze ook als praatplaat, een visuele weergave van hoe grote verschuivingen met ankerpunten botsen en tot spanningen leiden.
- Stappenplan (PDF, 1 pagina): het TiB-stappenschema met tips per stap.
- Botsingenmatrix (PDF, 1 pagina): de matrix waarin grote verschuivingen worden uitgezet tegen ankerpunten. Dit komt het dichtst bij de impactmatrix die je in de praktijk gebruikt om te zien waar de gevolgen het grootst zijn.
- Samenvatting (PDF, 7 pagina’s).
- Nieuwsbericht en de podcast Vogelvlucht #37, waarin Corien Prins en Ramy El-Dardiry de verkenning toelichten, ook over de rol van Nederlandse literatuur voor de verbeelding.
Een Engelstalige versie van de verkenning of van deze hulpmiddelen heb ik op de website van de WRR niet gevonden. De Engelstalige WRR-site (english.wrr.nl) noemt deze verkenning op het moment van schrijven niet.
Deze verkenning sluit aan op een lange WRR-lijn rond toekomstverkennen: Beleidsgerichte toekomstverkenning (1983), Vijfentwintig jaar later (2004) en Uit zicht: toekomstverkennen met beleid (2010). Voor de bredere context zie De traditie van het toekomstverkennen in Nederland en, voor de geopolitieke verschuiving die de WRR ook in dit rapport als zekerheid benoemt, WRR (2024): Nederland in een fragmenterende wereldorde. De WRR noemt verder zelf “Toekomstgericht beleid. Perspectieven en agenda’s uit het werk van de WRR” (2024) als eerdere publicatie bij dit onderwerp.
Bron:
Nederlandstalige publicatie: WRR, De toekomst in beleid: Zoeken naar zekerheden (28 september 2026)
Projectpagina: wrr.nl/adviesprojecten/de-toekomst-in-beleid
Samenvatting (PDF): Samenvatting van de verkenning
Podcast Vogelvlucht #37: De toekomst in beleid: Zoeken naar zekerheden
Aanvullend (trendanalyse): Silke den Hartog – de Wilde, Grip op de toekomst (Bureau Tijd & Ruimte, 2017), hoofdstuk 4, p. 36 en hoofdstuk 5, p. 55
