De toekomstverkenning Scene is in 2003 ontwikkeld door het Ruimtelijk Planbureau (RPB). Deze verkenning schetst vier mogelijke ruimtelijke scenario’s voor Nederland tot 2030. Sinds 2008 is het RPB samen met het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) opgegaan in het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In dit artikel worden de opzet, scenario’s, methodiek, en bijzonderheden van deze verkenning besproken.
Doelen en doelgroep
Het doel van de verkenning Scene was om beleidsmakers en betrokkenen inzicht te geven in mogelijke maatschappelijke ontwikkelingen die tot 2030 invloed kunnen hebben op de ruimtelijke inrichting van Nederland. De nadruk lag hierbij op het creëren van toekomstbeelden die beleidsmakers kunnen gebruiken om de robuustheid van beleidsstrategieën te testen en om nieuwe beleidsinitiatieven te ontwikkelen. Het rapport richt zich niet alleen op nationale beleidsmakers, maar ook op regionale en lokale overheden, kennisinstellingen, en het bedrijfsleven.
Vier scenario’s

De verkenning presenteert vier scenario’s: Nederland als overlevingsruimte, productieruimte, belevingsruimte, en milieuruimte. Deze scenario’s zijn ontwikkeld op basis van een assenkruis dat de drijvende krachten “economische groei” en “milieubewustzijn” als assen gebruikt. De keuze voor deze twee dimensies weerspiegelt de balans tussen economische expansie en duurzaamheid. Het assenkruis dient als basis om vier verschillende toekomstbeelden te schetsen, elk met een unieke combinatie van deze factoren.
De vier scenario’s zijn kwalitatief van aard en bevatten hoofdzakelijk beschrijvingen en prognoses over maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie, technologie, en politiek. Ze brengen verschillende ruimtelijke effecten in beeld en helpen beleidsmakers om inzicht te krijgen in de mogelijke uitdagingen en kansen. Doordat ze variëren van sterk economisch groeiend tot milieugeoriënteerd, bieden ze een brede bandbreedte aan beleidskeuzes.
Samenvatting van de vier scenario’s
Nederland als overlevingsruimte
Dit scenario schetst een toekomst waarin stagnatie en conflicten overheersen. De economische groei blijft beperkt, er is weinig innovatie, en de politieke besluitvorming verloopt traag en ineffectief. Nederland heeft te maken met grote maatschappelijke tegenstellingen en een stagnerende stedelijke ontwikkeling. Er ontstaan getto’s en bewaakte buurten, terwijl stadsranden verrommelen en landbouwgebieden krimpen. De aandacht voor kwaliteit van de leefomgeving neemt af, en de bescherming tegen overstromingen en hoogwater wordt minimaal aangepakt.

Nederland als productieruimte
In dit scenario is er sprake van sterke economische groei en de doorbraak van een kenniseconomie. Nederland positioneert zich als een internationale economische hub met focus op innovatie en technologische vooruitgang. Dit leidt tot een intensief gebruik van ruimte voor productiviteit en consumptie. Stedelijke netwerken ontwikkelen zich tot ‘urban fields’, en er is een toename in de bereikbaarheid door infrastructuurverbeteringen. De nadruk ligt op functionaliteit en economisch rendement, met minder aandacht voor milieukwaliteit.

Nederland als belevingsruimte
Hier ligt de nadruk op duurzaamheid en de belevingswaarde van de leefomgeving. Er is sprake van een gematigde economische groei en een opkomst van duurzame technologieën. Stedelijke netwerken bloeien en het openbaar vervoer wordt sterk verbeterd om de bereikbaarheid en leefbaarheid te vergroten. In dit scenario wordt ruimte voor groen en water optimaal benut, wat bijdraagt aan een hoogwaardige leefomgeving met ruimte voor ontspanning en recreatie. De nadruk ligt op collectieve waarden en culturele identiteit.

Nederland als milieuruimte
Dit scenario richt zich op het beschermen van het milieu en de veiligheid. De economie wordt getransformeerd naar een ‘verantwoordelijke economie’, waarbij schone technologieën en nieuwe gemeenschappen centraal staan. Stedelijke ontwikkeling blijft beperkt, en er ontstaat een groter contrast tussen stedelijke en landelijke gebieden. De nadruk ligt op het behoud van de kwaliteit van water en groen, met de ruimtelijke inrichting gericht op duurzaamheid en veiligheid, bijvoorbeeld door meer ruimte voor waterbeheer en internationale samenwerking om de leefomgeving te beschermen.

Methodiek en werkwijze
De scenario’s zijn ontwikkeld volgens een gestructureerde werkwijze die in meerdere stappen is uitgevoerd:
- Inventarisatie van de huidige situatie
Het scenarioteam begon met een analyse van de huidige ruimtelijke inrichting en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vormde de basis voor het formuleren van mogelijke toekomstscenario’s. - Scenariocyclus en Delphi-ronden
De scenario’s zijn opgesteld via een scenariocyclus, waarbij diverse experts uit overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven betrokken werden. Via Delphi-ronden en een werkconferentie werd input verzameld om de hoofdlijnen van de scenario’s te bepalen. In de Delphi-ronden werden deelnemers gevraagd om op basis van hun expertise de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen en onzekerheden te identificeren die invloed zouden kunnen hebben op de ruimtelijke inrichting. - Bepaling van drijvende krachten en assenkruis
Tijdens de werkconferentie zijn twee drijvende krachten gekozen die als basis dienden voor de scenario’s: “economische groei” en “milieubewustzijn”. Deze krachten werden geplaatst in een assenkruis om vier verschillende combinaties en daarmee vier mogelijke toekomstbeelden te creëren. Deze opzet helpt bij het illustreren van uitersten en het onderzoeken van de ruimtelijke effecten van deze ontwikkelingen. - Uitwerking en visualisatie
De scenario’s werden verder uitgewerkt door middel van causale diagrammen en toekomstbeelden. Hierbij werden de belangrijkste variabelen en hun onderlinge relaties in kaart gebracht. Vervolgens werden de scenario’s ook visueel ondersteund met kaarten en illustraties om een concreet beeld te geven van hoe Nederland er in elk scenario uit zou kunnen zien. - Systematische vergelijking en kennisvragen
Tot slot werden de scenario’s systematisch met elkaar vergeleken om de belangrijkste aandachtspunten en kennisvragen voor beleidsmakers en onderzoekers te identificeren. Deze vergelijking gaf inzicht in de mogelijke bandbreedte van ruimtelijke ontwikkelingen en de condities waaronder deze zich zouden kunnen voltrekken.
De combinatie van deze methoden heeft geleid tot vier kwalitatieve, integrale en selectieve scenario’s die beleidsmakers helpen bij het ontwikkelen en toetsen van ruimtelijke strategieën.

Tijdens deze sessies werden de hoofdlijnen van de scenario’s vastgesteld en uitgewerkt. Voor de verdere ontwikkeling is gebruikgemaakt van scenariostudies van andere planbureaus, zowel nationaal als internationaal. Dit zorgde voor een brede basis en een solide onderbouwing van de verschillende toekomstbeelden.
Bijzonderheden ten opzichte van andere verkenningen
Wat Scene bijzonder maakt ten opzichte van eerdere verkenningen, is de integrale benadering waarbij niet alleen de economische groei en milieubewustzijn centraal staan, maar ook technologische ontwikkelingen, demografische veranderingen en de politieke context worden meegenomen. De scenario’s brengen de effecten van deze ontwikkelingen op vier schaalniveaus in beeld: internationaal, nationaal, regionaal en lokaal. Deze multidimensionale aanpak biedt beleidsmakers een veelzijdig perspectief en benadrukt de onderlinge verbondenheid van verschillende factoren.
Een andere bijzonderheid is dat deze scenariostudie zich niet richt op de huidige situatie, maar zich volledig toespitst op de lange termijn. Met een tijdshorizon tot 2030 biedt het ruimte om de belangrijkste onzekerheden en hun potentiële ruimtelijke effecten te verkennen. Dit lange-termijnperspectief stelt beleidsmakers in staat om hun strategieën te evalueren en aan te passen op basis van mogelijke toekomstbeelden.
Presentatievorm
Naast het rapport zelf zijn er aanvullende grafische visualisaties en kaarten ontwikkeld die de scenario’s verduidelijken en illustreren. Deze visuele ondersteuning helpt om de toekomstbeelden concreet en inzichtelijk te maken voor beleidsmakers en andere betrokken partijen.

Het rapport Scene is gepubliceerd als een gedetailleerde schriftelijke studie die beschikbaar is via NAi Uitgevers en nu ook te downloaden is via de website van het PBL.
Lees hier over de andere edities van de Ruimtelijke Verkenning:
RPB (2003): Scene; een kwartet ruimtelijke scenario’s voor Nederland
RPB, MNP en CPB (2006): Welvaart en leefomgeving, een scenariostudie voor Nederland in 2040
PBL (2010): Bestendigheid van WLO-scenario’s
PBL (2011): Ruimtelijke Verkenning 2011 – Nederland in 2040, een land van regio’s
PBL en CPB (2013): Welvaart en Leefomgeving – Horizonscan
PBL (2023): Ruimtelijke Verkenning 2023 – Vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050
